Verschillende regels

Als een zwangere werkneemster ziek is rond haar zwangerschap, gelden verschillende regels. Dit heeft te maken met: 

- De oorzaak van haar ziekte, wel of niet veroorzaakt   door zwangerschap of bevalling

- Het moment dat uw zwangere werknemer ziek wordt, vóór, tijdens of ná haar zwangerschaps- verlof.

Ziekte door zwangerschap of bevalling 

Er zijn 5 periodes mogelijk waarin een zwangere werkneemster ziek wordt:

1 ) Ziek vóór de verlofperiode (tijdens eerste 24 weken zwangerschap). De werkneemster komt in aanmerking voor de Ziektewetuitkering vanaf haar eerste werkdag waarop zij ziek is. De uitkering loopt door tot de dag dat zij weer beter is of totdat haar zwangerschapsverlof begint.

2 ) Ziek vóór de verlofperiode (na 24 weken zwangerschap). Wordt een zwangere werkneemster ziek vóór haar verlofperiode, of zegt haar arts dat zij rust moet nemen, dan komt zij in aanmerking voor een Ziektewetuitkering. De werkneemster krijgt de uitkering vanaf de eerste werkdag waarop zij ziek is. Zij krijgt deze tot de dag dat zij weer beter is of tot het begin van haar zwangerschapsuitkering.




3 ) Ziek tijdens 6 tot 4 weken vóór uitgerekende datum tot ingangsdatum verlof. Is een werkneemster ziek in de periode van 6 tot 4 weken vóór de uitgerekende datum (de flexibiliseringsperiode), maar is haar   zwangerschapsverlof nog niet begonnen, dan krijgt zij een Ziektewetuitkering als zij zich ziek meldt. Deze ziektedagen worden afgetrokken van het zwanger- schapsverlof van minimaal 16 weken. Het verlof eindigt daarom mogelijk eerder dan vooraf was gepland.          

4 ) Ziek tijdens de verlofperiode. Als de werkneemster tijdens het zwangerschapsverlof ziek wordt, dan loopt de zwangerschapsuitkering gewoon door, zij krijgt geen Ziektewetuitkering. De werkgever ontvangt namens haar de zwangerschapsuitkering (WAZO) en verrekent deze met het loon. De werkneemster krijgt tijdens het zwangerschapsverlof dus het loon gewoon doorbetaald.

5 ) Ziek na de verlofperiode. Kan een werkneemster na haar zwangerschapsverlof nog niet werken en als dat komt door ziekte die het gevolg is van de zwanger- schap of bevalling, dan kan zij een Ziektewetuitkering krijgen. Zij moet zich wel bij de werkgever ziek melden. De werkgever vraagt voor haar de Ziektewetuitkering aan. De uitkering is 100% van het dagloon en de werknemer krijgt deze maximaal 2 jaar.



Ziekte niet als gevolg van zwangerschap of bevalling

Er zijn 4 periodes mogelijk waarin een zwangere werkneemster ziek wordt:

1 ) Ziek vóór de verlofperiode. Als de ziekte van de werkneemster niet komt door haar zwangerschap of bevalling, dan gelden in de periode vóór haar verlof de gewone regels die gelden bij ziekte. De werkgever hoeft de ziekte dus niet aan het UWV door te geven. Haar loon wordt gewoon doorbetaald,

2 ) Ziek tijdens 6 tot 4 weken vóór uitgerekende datum tot ingangsdatum verlof. Is de werkneemster ziek in de periode van 6 tot 4 weken vóór de uitgerekende datum tot de gekozen verlofdatum (de flexibiliseringsperiode), dan krijgt zij na de ziekmelding een Ziektewetuitkering. Deze ziektedagen worden door het UWV afgetrokken van het verlof van 16 weken. Het verlof van de werkneemster is in dat geval dus waarschijnlijk eerder afgelopen,

3 ) Ziek tijdens de verlofperiode. Wordt de werkneemster tijdens haar verlofperiode ziek, dan hoeft de werkgever dit niet aan het UWV door te geven. Zij krijgt geen Ziektewetuitkering, maar de werkgever ontvangt wel haar zwangerschapsuitkering en betaalt haar loon door,

4 ) Ziek na de verlofperiode. Is de werkneemster bevallen en wordt zij ziek na haar verlof, dan hoeft de werkgever dat niet aan het UWV door te geven. De werkgever betaalt haar loon gewoon door.